Fobie voor spinnen, muizen, hoogtes, …? Zo kom je er vanaf!

Word je telkens weer gek van angst van een bepaald object of in een bepaalde situatie? Dat of die, als je er objectief naar kijkt, helemaal geen gevaar oplevert? Of in elk geval niet zoveel dat je ervan in paniek hoeft te raken? Lijd je er erg onder of beperkt het je in je dagelijks functioneren? Je hebt een fobie!

 

Ik ben als de dood voor spinnen, maar gelukkig zit er bijna nooit een in m’n huis. Over de foto van een spin in m’n studieboek heb ik ‘gewoon’ een papiertje heen geplakt… Van ernstig lijden of aantasting van m’n dagelijks functioneren is dus gelukkig geen sprake. Daarom heb ik geen ‘echte’ fobie, volgens de officiële indeling van psychische stoornissen. Maar dat kan natuurlijk veranderen als ik ga verhuizen… Luister en huiver!

 

Je bent niet de enige met een fobie

 

Jaarlijks heeft zo’n zeven procent van de bevolking een specifieke fobie. Meer dan de helft van de mensen met een fobie heeft er meer dan een. Als je het op een heel mensenleven bekijkt, krijgt zo’n tien procent er ooit last van.

De meest voorkomende fobie is die voor dieren, zoals spinnen, muizen en katten. Ook fobieën voor onweer, grote hoogtes en afgesloten ruimtes komen veel voor. Zo’n fobie begint vaak al rond je achtste en verdwijnt meestal vanzelf. Wie er na de puberteit nog last van heeft, is vaker vrouw dan man en komt er zonder behandeling meestal niet vanaf!

Verwant aan de ‘specifieke fobie’ zijn:

  • Sociale fobie: angst voor situaties waarin je mogelijk kritisch beoordeeld wordt of met onbekenden te maken krijgt.
  • Paniekstoornis: onverwachte paniekaanvallen en eventueel het vermijden van situaties waarin dit extra vervelend zou zijn.
  • Gegeneraliseerde angststoornis: langdurige buitensporige angst en bezorgdheid over uiteenlopende zaken.

Mensen die hoog scoren op het persoonlijkheidskenmerk ’neuroticisme’, zijn in het algemeen kwetsbaar voor angststoornissen.

Daarover een andere keer meer!

 

Gek van angst

 

Als je dat enge object ziet of in die enge situatie belandt, gebeurt er van alles met je. Het werkt in op je gevoel, gedachten, lichaamsfuncties, bewegingen… Soms allemaal tegelijk!

  1. Je krijgt de drang om te vluchten en soms paniekgevoelens (subjectief gevoel).
  2. Je houdt je de hele tijd bezig met het dreigende gevaar en concentreert je op de mogelijkheden om het gevaar te ontwijken of er weerstand aan te bieden (gedachten).
  3. Je gaat bijvoorbeeld meer zweten, krijgt een snellere polsslag en ademhaling, hogere bloeddruk en wijdere pupillen. Mensen met een ‘bloedletselfobie’ krijgen, na een kortdurende stijging, juist een verlaging van de hartslag en bloeddruk, waardoor ze kunnen flauwvallen (lichamelijke veranderingen).
  4. Je onderneemt iets, zoals weglopen, om hulp roepen, je schuil houden (motorische activiteit).

Op zich zijn het allemaal nuttige angstreacties, die je lichaam voorbereiden op een ‘vecht-of-vlucht-reactie’, als je een echte dreiging waarneemt. Maar die is er bij een fobie dus (bijna) niet…

 

Hoe kom je aan een fobie en hoe kom je er vanaf?

 

Waar fobieën vandaan komen, is niet helemaal duidelijk. Mogelijk zit het ‘in de genen’, want fobieën gaan altijd over objecten en situaties die een zeker gevaar inhouden, of ingehouden hebben voor onze voorouders. Maar het kan ook zijn dat je een overdreven angst voor slangen, injectienaalden, de tandarts of wat dan ook als kind van je omgeving leerde. Gelukkig is het voor de behandeling van fobieën niet nodig om te weten hoe ze ontstonden.

Want: hoe kom je van een fobie af? Dat is natuurlijk het belangrijkst! Moderne psychologen werken met exposure therapie: ze stellen je stapsgewijs bloot aan de gevreesde objecten of situaties, waarbij je zelf de controle houdt. Vooral blootstelling in het echt, of met behulp van ‘virtual reality’, zoals een simulator, werkt goed (in plaats van in gedachten).

Je begint met vrij eenvoudige oefeningen, bijvoorbeeld een spinnenspel op de computer, waarmee je stapsgewijs kunt wennen aan steeds groter wordende spinnen en hun bewegingen. Is je fobische reactie zo goed als uitgedoofd? Dan kun je bijvoorbeeld gaan oefenen met échte spinnen. Totdat je een heuse vogelspin oppakt! Als je een super held bent, kun je ook meteen met het engste beginnen; dit werkt uitstekend en dan ben je snel klaar!

Zeker 90% van de mensen met een specifieke fobie is na exposure therapie duurzaam vrij van ernstige fobische klachten.

 

Maar oh, wat vind ik het idee alleen al vreselijk eng om aan zo’n spinnentherapie te beginnen!

 

Heb jij een fobie of ervaring met exposure therapie? Kom maar op!

 

[Bronnen: Klinische psychologie: Theorieën en psychopathologie, Van der Molen e.a.; http://www.exposuretherapie.nl/home-2/spinnenfobie]

2 Reacties
  • Caroline
    april 3, 2016

    Zou een rattentherapie voor mij de oplossing zijn? Misschien wel, maar voorlopig moet ik er niet aan denken.
    Een spin daarentegen doet me niks. Ze zeggen dat mensen met een spinnenfobie niet bang zijn voor muizen/ ratten en andersom. Grappig hè!

    • Miriam
      april 4, 2016

      Ja, da’s gek hè! Het is inderdaad zo dat mensen met een dierfobie meestal bang zijn voor één diersoort. Maar ze hebben er dus vaak wel een andere fobie bij, zoals – in mijn geval – hoogtevrees.

Je reactie is welkom!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *